Gedicht van de maand

Griep

 

Mijn keel doet pijn, mijn ogen prikken.

Mijn gedachten lijken een kluwen wol.

Het is niet fijn, ik kan haast niet slikken.

En ook op mijn neus zit barstensvol.

 

Ik snurk en snif, mijn stem is schor.

Mijn hoest lijkt wel een boze hond.

Ik voel me uitgedroogd en slap en dor.

De griep waart koortsig in mij rond.

 

Ik kruip op de bank, in een warm hoekje,

met honing en thee, nee, even geen koekje.

Maar bij de tv en met een fijn boekje.

Onder een dekentje, warm en zacht.

 

Wat heerlijk die stilte, en lekker die rust,

niet naar school, of naar buiten, niets wat ik niet lust.

Alleen maar wat dromen, heerlijk soezend gesust.

Hier heb ik stiekem heel lang op gewacht.

 

 

© 2015 Marco Kunst

HZG Breda